26 feb 2012
Jam Sessions o.l.v. Trio Tom Kwakernaat
11 mrt 2012
Thaïsa Olivia Quartet
25 mrt 2012
Podium Lokaal Talent
8 apr 2012
Mischa van der Wekken Quintet
22 apr 2012
Rom Helweg Halifax Kwartet
6 mei 2012
Wolf Martini groep
20 mei 2012
Trio Grande
17 jun 2012
Jam Sessions o.l.v. Trio Tom Kwakernaat

Rob Agerbeek

Vorige pagina

Hotel Restaurant De Beurs
12 feb 2012 15:30

Rob Agerbeek

Het nieuwe avontuur van Rob Agerbeek

Interview door Klaas Koopman op 7 juli 2011, zie website  - foto Arenda Oomen

Een van de veelzijdigste pianisten in de Nederlandse jazzscene is Rob Agerbeek. Hij heeft waarschijnlijk met meer beroemde Amerikaanse jazzmusici gespeeld dan wie ook van zijn collega's. Hij ging zelfs op toernee met Art Blakey's Jazz Messengers. Hij maakte tussen 1970 en 1999 meer dan dertig lp's en cd's. Hij is boogie-woogiepianist. Hij is bebop-pianist. En in 1999 werd hij de vaste pianist van de Dutch Swing College Band. Is hij nu ook dixieland- pianist? ,,Een hoempa hoempa dixieland- pianist kan ik mezelf niet noemen."

Rob Arrius Jules Agerbeek ontvangt de verslaggever in zijn royale Haagse appartement. Er ligt een biografie klaar, benevens een A-viertje met de namen van 90 Amerikaanse musici ,,achter wie" Rob Agerbeek tot in de USA toe heeft gespeeld, plus een ,,list of (27) recordings". Beide lijsten zijn niet volledig. Maar ze zijn indrukwekkend genoeg. De pianist is een kleine, stevige man met een welluidende stem, waaraan een licht Indisch accent kleeft.
,,Ik ben in 1937 in Jakarta geboren," verklaart hij. ,,Mijn vader was bij de koopvaardij. Mijn moeder was pianolerares. Zij gaf veertig leerlingen les, maar bij mij kon ze het geduld niet opbrengen. Ik heb één les van haar gehad, toen zei ze: 'Hou maar op, je zult het nooit leren.' Dus ik ben voor honderd procent autodidact."

AVRO -Jazzcompetitie
Het gezin Agerbeek moest in 1954 uit Nederlands-Indië vertrekken en vestigde zich in Voorburg.
,,Ik speelde geen noot piano en kon geen noot lezen. In Indië had ik andere interesses. Buksschieten, vliegeren, voetballen. Pianospelen was voor meisjes of voor een bleekscheet die van mama piano moest spelen. Een neef troonde me mee naar de Haagse jazzclub. Ik zag die pianisten hier bezig, zoals Paul Ruys, en dat wilde ik toen ook. Ik ben thuis achter de piano gaan zitten en platen gaan naspelen. Hoofdzakelijk boogie-woogie. Ik had het snel onder de knie, want in 1956 heb ik de AVRO Jazzcompetitie al gewonnen met mijn eigen boogie kwartet; met mijn vriend Jerry Teekens als drummer, Kees Montfoort op bas en Koos van der Hoeven op gitaar."
Na de boogie-woogie kwam de swing.
,,Een van de eerste niet boogie-stukken waar ik echt voor stil bleef zitten, was
'Yes indeed' van Tommy Dorsey. Maar al gauw werd ik gepakt, door vrinden die platen hadden, door Jazz at the Philharmonic. Dat wilde ik ook. Die harde swing. Toen kwam Jerry Teekens met een plaat van Horace Silver and the Jazz Messengers. Dat vond ik eerst gekke muziek, want ritmisch appelleerde die niet aan mijn smaak. Buddy Rich en J.C.Heard drumden heel strak. Blakey had meer een loosere manier van spelen. Daarna hoorde ik het Rob Pronk boptet. En ik maakte kennis met de pianist Frans Elsen. Die kwam bij ons thuis en riedelde die dingen een voor een weg. Zodoende werd ik door de bebop gegrepen en ging dat ook nadoen."

Fotografisch geheugen
Rob Agerbeek kon in Stockholm zijn ,,nieuwe muziek" spelen.
,,Ik liftte in 1959 met een vriend naar Zweden. In een jazzclub mocht ik meespelen met onder meer bartionsaxofonist Lars Gullin en de Amerikaanse bassist Jimmy Woode. In '60 ben ik weer terug geweest, maar toen werd ik gevraagd als pianist in een dansorkest voor de Amerikaanse militairen in Frankrijk. Dat heb ik zo’n drie, vier jaar gedaan.
Ik ben teruggekomen door een telefoontje van een bassist, een zekere Jacques Schols om bij de Diamond Five te gaan spelen, want Cees Slinger had een baan aangeboden gekregen bij de Hoogovens."
Toen kwamen ook beroemde Amerikaanse instrumentalisten.
,,De eerste was Nelson Williams, die trompettist van Ellington. Ik denk dat Michiel de Ruyter mijn naam had genoemd. Ik viel hem op. En daarna kwam Don Byas, die me met de Diamond Five in Sheherazade in Amsterdam had gehoord."
Agerbeeks repertoirekennis groeide letterlijk spelenderwijs. Hij moet een fotografisch geheugen hebben, want hij las toch geen noten?
,,Nee, maar later heb ik me dat enigszins aangeleerd. Ik schrijf zelfs heel vlot, zodat ik veel heb kunnen componeren. Noten lezen gaat minder, maar ik heb zoveel routine. Ik heb in mei 1999 voor de eerste keer met de Dutch Swing College Band in Haarlem het Ellington-programma gedaan. Uitverkochte bak. De zangeres Deborah Carter zei: 'Het lijkt of je altijd meegedaan hebt.' Maar ja, ik had thuis twee dagen zitten studeren."
De Dutch Swing College Band was hem trouwens niet vreemd.
,,Twintig jaar geleden werd ik door Peter Schilperoort vaak gevraagd om met de band op te treden. Ik kon niet de vaste pianist worden, want ik zat in een orkest en toen is Fred Murray gevraagd."
Nu is Fred Murray gestopt.
,,Ik vind het leuk om Fred op te volgen. En de muziek trekt me ook wel. Ik heb vroeger met de Dixieland Pipers zelfs vier elpees gemaakt. Maar ik speel eigenlijk geen dixieland. In elk geval hoempa-hoempa dixielandpianist kan ik mezelf niet noemen. Ik pas me wel bij het idioom aan."

Mobley en Blakey
Even terug naar Agerbeek als begeleider van Grote Amerikanen. Wie was de grootste?
,,Hank Mobley was een grote. Hij vroeg me voor een Blue Note-opname, maar dat werd verstoord door een afspraak, buiten Mobley om, met de broer van Rolf Kuhn, Joachim en die heeft toen die plaat gedaan. Daar had ik ontzettend de schurft over in.
Een andere highlight was Art Blakey's Jazz Messengers. Bill Hardman op trompet, Dave Schnitter op tenorsax, Cameron Brown op bas, Blakey op drums en trompettist Woody Shaw als feature-solist. Een droom kwam uit. Ik kon op toernee door Duitsland en België, omdat Blakey's pianist Mickey Tucker en bassist Chris Hamburger werden vastgehouden op Heathrow. In hun koffers waren pillen ontdekt. Blakey was een fenomeen. Ik had van hem het idee: dat is een wolkbreuk. Maar als de piano ging soleren, trok ie terug en heel fijn was ie aan het begeleiden en niet van dat boesj , boesj, en zandloper.
Achter George Coleman spelen was ook geweldig. Die kwam net van Miles Davis. En met Dexter Gordon heb ik de dubbel elpee 'All souls' gemaakt. Ik zat sinds 1970 ook jaarlijks op het North Sea Jazz Festival en dan werd ik door Paul Acket achter Amerikanen gezet. Cecil Payne, Eddie Cleanhead Vinson, Clark Terry, Joe Newman, Buddy Tate, Al Grey. Er zijn er zoveel geweest.."
De laatste 3 ½ jaar was er de Grand Piano Boogie Train.
,,Fred Racké opperde om in de Dr. Anton Philipszaal een boogie-woogie concert te geven met twee andere boogie-pianisten. Dat waren Jaap Dekker en André Valk. Het was een eclatant succes en toen ontsproot bij Jaap het idee om er de theatershow Grand Piano Boogie Train van te maken. Jaap, Rob Hoeke en ik zijn daar onlangs mee gestopt. Die show heeft twee cd's op geleverd.
Ik heb ook twee cd's gemaakt met internationale boogie-pianisten die aan het Parijse pianofestival in Hotel Lutetia meedoen. Ik word sinds 1994 jaarlijks gevraagd."
Rob Agerbeek heeft- op een korte tijd na in de jaren 60- kunnen leven als jazz- en boogie-pianist.
,,Ik heb in Frankrijk en Duitsland wel dansmuziek gespeeld, hoor. Maar in Nederland heb ik inderdaad nooit zo commercieel gespeeld als Louis van Dijk of Cor Bakker en Pim Jacobs. Dan word je bij het grote publiek niet bekend. En ik had geen tijd voor de televisie. Ik speel nu pas vaak voor televisie."







Fade Top Right 2009